Wildkamperen, geen schapenscheren

By Marielle

Van ratten naar schapen, van rijst naar aardappels, van 4 miljoen inwoners in een stad naar 4 miljoen inwoners in een land, van 35 graden naar 5 graden en zo kunnen we nog wel even doorgaan. We zijn in Nieuw-Zeeland. De oversteek van Azië naar Oceanië was voor de één een verrassing, de ander had dit al wel zien aankomen. Zelf hadden we van tevoren al in gedachten dat wanneer het zou kunnen, dan zou Nieuw-Zeeland een mooie kers op de taart zijn. En dat is het!

Voor een prikkie boekten we een enkeltje naar Nieuw-Zeeland met de budgetmaatschappij AirAsia. Een glimlach bij de Kiwi-douanebeambte en we zijn letterlijk aan de andere kant van de wereld. De temperatuur voelt aangenaam na maanden tropische warmte en de frisse wind doet ons verlangen naar draadjesvlees, warme chocolademelk en stamppot. Voor de amateur-meteologen; de herfst staat hier op het punt van vertrekken en de winter doet zijn intrede. Omdat Auckland hoog op het Noordereiland ligt, kent deze stad niet echt strenge winters en blijft de herfst net iets langer hangen. Een soft shell voldoet dus voor een stadswandeling door mooie stadsparken en langs het water. Maar verder is Auckland een stad zoals alle anderen en besluiten we om snel een campervan te huren om het Noordereiland verder te ontdekken.

Wildkamperen
Begonnen we onze reis in Afrika achterin een oud Toyota busje om zo van A naar B te komen, zitten we nu achter het stuurwiel van zo’n zelfde Toyota busje met ruim 400.000 kilometers op de teller. Dit was ons verblijf en transport van de afgelopen twee weken. Dit land is helemaal ingericht op avonturiers en wildkamperen met een camper is niet vreemd voor de Kiwi’s. Het zijn overigens niet alleen de toeristen die nu nog rondreizen, want zelf doen ze gezellig mee en sta je eigenlijk nooit alleen op een ‘free-camping-spot’. Na een rondje van bijna 3000 km kunnen we niet anders zeggen dat Nieuw-Zeeland echt adembenemend mooi is. En dan moet het Zuidereiland nog komen.

We reden van Auckland naar het noordelijkste puntje van het land Cape Reinga, door het subtropische Northland waar schapen en koeien de dienst uitmaken, om vanuit door te rijden naar het Rotorua district. Hier komt op zoveel plekken stoom uit de grond dat je soms denkt in een Efteling-attractie beland te zijn. Hot pools, felgekleurde meren, pruttelende modderpoelen en de geur van rotte eieren staan synoniem aan dit gebied. Met het Yellowstone Park in Amerika, een park in Rusland en heel IJsland is dit één van de vier plekken op de wereld waar de grond borrelt van het vulkanisme. Dit maakt ook meteen alles in de omgeving super groen. Maar dit geldt eigenlijk voor het hele eiland. Groen, alles is groen hier. Op twee bergtoppen na, die het hele jaar de witte kleur hebben en je op een heldere dag vanuit overal op het Noordereiland kunt zien. Zo stuurden we de Toyota naar het startpunt van de skiliften, waar we een sneeuwbal gooiden om zo het eerste bucketlist puntje af te strepen die Erwin in zijn gastblog opstelde. Check!

Geen schapenscheren
Met een Working Holiday visum op zak hadden we bij het verlaten van Azië in gedachten om hier een baantje te zoeken en onze bankrekeningen weer een beetje te spekken. We kregen alleen weinig respons op onze toch best gezellige sollicitatiemails, en de spek blijkt hier ook van een zeer magere soort, zo begrepen we van andere backpackers. Dus hebben we dat plan weer naast ons neergelegd, werken kan immers heel ons leven nog en die knaken zijn thuis zo weer terugverdiend. Onder het mom van nu we er toch zijn, hebben we na een korte stop in Queenstown dus weer een auto gehuurd voor een tweede roadtrip! De komende week verkennen we met ons witte boodschappenkarretje het ruige zuiden van het Zuidereiland.

Wat de plannen voor daarna waren was lang onduidelijk, want ja wat doe je als je de kers op de taart al gehad hebt? Terug naar Nederland is even de revue gepasseerd, want een enkeltje Amsterdam bleek slechts 10 euro duurder dan een enkeltje terug naar Azië. Maar hoe erg we de kaas, eeeeh jullie, ook missen is onze reislust nog niet helemaal gestild. Dus vliegen we over een week via Sydney, waar we door ticket-gedoe ook nog 1 dagje meepakken, naar Jakarta, Indonesië. Het land in zuidoost Azië wat nog hoog op ons lijstje staat en waarvan het zonde zou zijn om het er nu niet achteraan te plakken. Waren we eerder nog lichtelijk Azië-moe, kijken we na de frisse wind die Nieuw-Zeeland bracht weer uit naar een goed bord nasi en een mooie tempel, dus the story continues…!

Nieuw beeldmateriaal vind je met één klik.

This entry was posted in Nieuw-Zeeland

5 thoughts on “Wildkamperen, geen schapenscheren

  • Erik 12 juni 2016 at 08:49 Reply

    Top stuk wederom! Say hi in Sydney for me en ook daarna nog veel plezier. Later mates!

  • De Weedaatjes 12 juni 2016 at 14:31 Reply

    Stelletje levensgenieters!
    Wat leuk om van al jullie belevenissen mee te kunnen genieten.
    En tja wat hebben wij dan een saai leven!
    Geniet er nog maar van!
    Groetjes van alle Weedaatjes.
    Uit het oog maar nooit uit het hart!

  • Wim 14 juni 2016 at 12:04 Reply

    Ja ja. Dit is het hoor, het nieuwe land. Inderdaad de kers op de taart.

  • Renée wiltnaarnieuwzeeland 15 juni 2016 at 10:35 Reply

    Ik kan de foto’s absoluut niet aan, dit is voor niemand goed. Ik ga nu naar een ticket kijken.

  • Mark 13 juli 2016 at 15:05 Reply

    Wat een avontuur zeg.. Leuke verhalen om te lezen, maar wil ze als jullie terug zijn ook horen. Geniet er nog van de laatste weken en we spreken elkaar snel!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *